Interview

6 aandachtspunten van het vernieuwde Verantwoordingsorgaan van PFI

Een kennismaking met het DB van het nieuw gekozen VO

De samenstelling van het Verantwoordingsorgaan van Pensioenfonds ING (VO-PFI) wijzigde behoorlijk door de laatste verkiezingen. Met nu vijf mannen en vijf vrouwen in het tienkoppige orgaan, is een einde gekomen aan een tijd van hoofdzakelijk oudere heren. Ook de gemiddelde leeftijd ging drastisch omlaag. Waarover willen ze het gaan hebben?

Het voltallige VO vergaderde deze zomer voor het eerst, onder andere om tot een invulling van het dagelijks bestuur te komen van het VO-PFI. Eind augustus is het DB bij elkaar met als belangrijkste vraag: wat staat er op de vergaderagenda de komende tijd?


Aan tafel zitten voorzitter Hans Zuidema, “zonder stemming unaniem herkozen als voorzitter” en tot 2013 manager ING Arbodienst, en secretaris Klaas Schuijt, director binnen Risk Management Wholesale en van 2002 tot 2010 hoofd training en coaching bij ING Wholesale Banking Academy. Later schuift ook het nieuwe VO-lid en vice-voorzitter Anita van Oss aan. Zij was tot 2008 global head HR bij ING Private Banking.


Eerder dit jaar hebben de deelnemers van PFI met een schriftelijke stemming de leden van het Verantwoordingsorgaan gekozen. Dit orgaan oordeelt over het handelen van en keuzes door het algemeen bestuur van PFI. Hun meest recente oordeel is in het jaarverslag van PFI te lezen. De eerste vergadering betrof de installatievergadering begin juli. Eind september is de eerstvolgende ‘echte’ vergadering.


Werkzaamheden en toezicht

Wat doet het DB eigenlijk? Hans: “We zijn een voorbereidend orgaan voor de komende vergaderingen.” Klaas: “Als DB zijn wij niet gemandateerd voor bepaalde beslissingen en we hebben geen beslissingsrecht.”

Ter voorbereiding op het gemeenschappelijke overleg (GO) met het PFI-bestuur vergadert het VO vier keer per jaar. Hans: “In de ochtend met de VO-leden, daarna een gezamenlijke lunch met het PFI-bestuur en aansluitend met hen het gezamenlijke overleg (GO). Dan zijn er nog twee keer per jaar overleggen met de niet-uitvoerende bestuurders, de zogeheten nubbers.” Niet te verwarren met de uitvoerende bestuursleden van PFI, de ubbers. Verder is er nog twee keer per jaar overleg met de audit committee, het adviesorgaan van de nubbers.

Klaas: “De ubbers zijn mensen die het uitvoerende werk doen. Operaties die het fonds heeft, zijn onder meer pensioenbeleggingen, operations, communicatie en onder meer juridische zaken rond pensioenregelingen. De ubbers zijn onafhankelijke en door PFI betaalde bestuurders. De nubbers, hebben verantwoordelijkheid voor het interne toezicht en vertegenwoordigen werkgevers, werknemers en gepensioneerden. Ubbers en nubbers samen vormen het bestuur van PFI. Het geheel staat onder leiding van een onafhankelijke voorzitter, ook een nubber.”

Hans: “Het nieuwe bestuur kent ook een Audit Committee (AC), dat is een adviesorgaan van de nubbers, twee in getal. De AC wordt aangevuld met een externe adviseur die brengt up-to-date kennis van buiten in en helpt om kokerdenken te voorkomen. Het toezicht is stevig geregeld. Dat is mede gekomen door de crisis. Daardoor is er misschien nu een beetje teveel toezicht. We voorkomen echter op deze manier dat we ergens we iets missen bij het streven naar een goede dekkingsgraad, indexatie en een evenwichtige belangenbehartiging. Overigens hecht ik eraan te wijzen op de goede relatie tussen het huidige PFI-bestuur en het VO. De woorden wederzijds vertrouwen en respect zijn hier steeds aan de orde.”


Professioneel

Leuk werk? Klaas: “Jazeker. Enerzijds door de complexe pensioenmaterie die veel hersencapaciteit vergt. Daarnaast door de mensen waarmee je samenwerkt; die zijn uitdagend en van een hoog niveau. Drie: in een team meedraaien, prachtig om dat na mijn pensionering nog te kunnen doen.”

Hans: “Het kost ons veel tijd. We hebben frequent in contact met elkaar.”

Als secretaris bereidt Klaas de agenda voor. Hij onderhoudt het contact met bestuurssecretaris. Daarnaast zorgt hij ervoor dat VO-leden de juiste documentatie krijgen, naast het rubriceren etc. Vanuit het bestuursbureau is er een notulist die tevens als linking pin fungeert tussen het PFI-bestuur en het VO.

Anita: “Zowel bij PFI-bestuur als bij het VO zitten mensen die heel serieus bezig zijn met de complexe materie. Mijn eerste indruk is dat de discussies open en voldoende kritisch zijn. Ik ervaar dat als positief en professioneel. Wat me ook aanspreekt is de ondersteuning vanuit het bestuursbureau. Ze maken ook in wat ik aan rapportages heb gezien een professionele indruk. Nu mag je dat ook verwachten want PFI is een van de grootste bedrijfspensioenfondsen van Nederland.”

Hans Zuidema

“Komt er geld in laatje,

voor indexering en

het verhogen

van salarissen?”

Wat zijn momenteel de aandachtspunten van het VO?


1. Teamwerk

Klaas: “Het eerste is dat we nu elkaar leren kennen om samen als team te kunnen opereren.”

Hans: “Twee van de drie DB-leden zaten ook in het vorige VO. Er zijn nu relatief veel – vijf - nieuwe VO-leden. Ook enkelen die er via de werkgever in zitten. Er zijn maar drie personen vanuit de gepensioneerden door gegaan. De anderen zijn min of meer nieuw. Vandaag en voor de volgende VO-vergadering agenderen we daarom een heidag. Om aan elkaar beter te leren kennen en om samen te bepalen wie wat gaat doen.”

Anita: ““Het nieuwe VO is een mix van verschillende generaties en verschillende achtergronden. Nieuw en ervaren met verschillende achterbannen. Daarom is het goed dat we de tijd nemen om elkaar te leren kennen.”


2. Nieuwe riskmanagement toetsen

Hans: “Evenals bij andere grote pensioenfondsen is riskmanagement, mede op verzoek van de De Nederlandse Bank, op het juiste niveau binnen de organisatie belegd. Dan kan in de vorm van een ubber zijn of via een mix van hiërarchische ophanging onder de directeur van het algemeen bestuur en functioneel onder de voorzitter van de audit committee. PFI heeft voor het laatste geopteerd. Riskmanagement bewaakt feitelijk het hele palet van investeringen – beleggingen – en verplichtingen. En moet dus bij alle financiële en niet-financiële consequenties en risico’s betrokken zijn en verantwoordelijkheid nemen. Het is een echte sleutelpositie in ons orgaan derhalve. Wij kijken nu of dat adequaat werkt.”

Waarop let het VO dan? Hans: “Het gaat om het waarmaken van fondsambities. Komt er geld in het laatje, voor indexering en het verhogen van salarissen? Het is de riskmanager die het hele palet aan stuurmechanismen overziet.”

Klaas: “De riskmanager moet onafhankelijk en objectief zijn. Wij toetsen of de gekozen manier goed wordt vormgegeven in de praktijk.”


3. Sturing geven op de reële dekkingsgraad

Hans: “Het is de ambitie van het bestuur om te sturen op de reële dekkingsgraad.” Klaas: “Dat is de nominale dekkingsgraad die gecorrigeerd is voor de inflatie.” Hans: “En PFI heeft de ambitie om de dekkingsgraad met de inflatie mee te laten lopen. Onze positie is formidabel, een dekkingsgraad van 143%, dat is dus nominaal een bruidsschat van zo’n 40 procent. Wij dienen ons echter niet al te rijk te rekenen, want als de inflatie fors stijgt, verwatert die nominale bruidsschat snel.” Klaas: “Een eventuele indexatie hangt af van die dekkingsgraad. Als de reële dekkingsgraad daalt, dan wordt de kans op een volledige indexatie lager.”

Anita van Oss

“…een professionele indruk, zoals je mag verwachten van zo’n groot pensioenfonds.”

4. Wat te doen met die bruidsschat?

Hans: “Die nominale bruidsschat is dus dik 40 procent, afhankelijk van waarnaar je kijkt. Er is 100 procent nodig en wettelijk 109 à 112 procent om te indexeren. Financieel zitten wij ruim in het jasje maar wij mogen niet extra uitkeren aan de deelnemers. Maar we kijken wat wel mogelijk is. En of je dan alle deelnemers in gelijke mate beloont. De oudere deelnemers zeggen ‘doe ons wat meer’. Maar hoe gaan we om met indexeren. We onderzoeken dit binnen de regelgeving van de overheid.”

Klaas: “We mogen van de overheid niet meer indexeren dan de inflatie en koopkrachtindex. Kwestie van een paar procenten dus. We spreken het bestuur aan op hun zoektocht naar mogelijkheden.”

Hans: “Dat vraagt veel kennis en inzicht van de VO-leden. Klaas: “We hebben een opleiding moeten doen bij SPO pensioenopleidingen, een apart instituut dat opleidingen verzorgt op pensioengebied. SPO-A is noodzakelijk als VO-lid. Wij worden als VO-leden in de gelegenheid gesteld om ook SPO-B modules te halen, net als PFI-bestuursleden hebben gedaan.” Klaas: “En we kunnen eventueel altijd extern advies inhuren, wat we in het verleden ook wel hebben gedaan.”


5. Harmoniseren pensioenregelingen

Hans: “Een ander onderwerp dat het bestuur en dus ook het VO bezig houdt is de vraag of en in hoeverre we de zeven bestaande en verschillende pensioenregelingen kunnen harmoniseren. Het is erg bewerkelijk in de uitvoering en ook het toezicht op de verschillende regelingen is ingewikkeld. Andere pensioenfondsen van financiële instellingen hebben al een vereenvoudiging doorgevoerd.”

Anita: “Er zijn veel regelingen en vaak met hele specifieke afspraken die administratief veel inspanning kosten.”

Hans: “Als je wil veranderen mag het in ieder geval nooit te koste gaan van de deelnemersbelangen, van geen enkele deelnemer!”

Anita: “Belangrijk is dat ieders waarborgen worden gegarandeerd en dat het werk – soms zelfs handmatig – toch efficiënter kan verlopen.”.

Dat is geen verkapte besparing? Anita: “Het doel is de uitvoering minder complex te maken zodat de foutenkans én de uitvoeringskosten omlaag kunnen.”


6. Wat ontwikkelt zich op pensioengebied?

Klaas: “Momenteel zijn sociale partners, verenigd in de SER, en de minister van Sociale Zaken

bezig oplossingen te zoeken voor de verschillende grote issues in de pensioensector.”

Hans: “PFI moet, als ieder zichzelf respecterend pensioenfonds, de landelijke ontwikkelingen in het belang van alle deelnemers nauwlettend in de gaten houden. Dat vraagt tijd, kennis, studie, geduld en alertheid. Je moet waakzaam en oplettend zijn, juist (ook) als het je goed gaat! Steeds weer is de vraag of we in actie moeten komen of niet.”

Ewald Wagenaar


Klaas Schuijt

“Samen als team opereren.”