COMMISSIE SOCIAAL ECONOMISCHE BELANGEN

Ruim 100 organisaties ondertekenen pact voor extra ouderenzorg

Eenzaamheid, langer thuis wonen en verpleeghuiszorg zijn de belangrijkste aandachtspunten voor het nieuwe pact dat ruim 100 organisaties ondertekenden om ouderenzorg te verbeteren in ons land.

In maart 2018 is de aftrap gegeven voor het Pact voor de ouderenzorg. Een veelomvattend programma dat door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen met veel organisaties en bedrijven is opgezet. Ruim honderd partners hebben het Pact ondertekend. Hieronder onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Nationaal Ouderenfonds, VNO-NCW, de Zonnebloem en een aantal ouderenorganisaties. Samen moeten zij aan de slag.

Het pact is een aanvalsplan, met een bundeling van krachten, dat er voor moet zorgen dat partijen samenwerken om te komen tot een betere ouderenzorg. Zowel voor de oudere in een verpleeghuis als de oudere die thuis woont. Het is een actie vanuit de overheid die partijen ertoe heeft gebracht om ervoor te tekenen om samen te gaan werken.


Waarom een pact?

Met veel ouderen gaat het goed. Sommigen werken nog, anderen passen op de kleinkinderen, ze maken leuke uitstapjes en doen ook vrijwilligerswerk. Op een goede en leuke manier oud worden. Helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Sommige mensen vinden ouder worden echt een probleem en het lukt hen niet om gelukkig oud te zijn. Ze zijn steeds meer afhankelijk van anderen en voelen zich eenzaam. Hulp en ondersteuning is niet altijd makkelijk te regelen. Ook de zorg in het verpleeghuis wordt als onvoldoende ervaren.

Langer thuis wonen is het uitgangspunt. Helaas kunnen huizen en (woon)omgevingen vaak niet simpel worden aangepast en zijn er nog onvoldoende alternatieve woonvormen.


Drie programmaonderdelen van het pact:

Eenzaamheid signaleren en doorbreken: vanuit het besef dat dé eenzaamheid niet opgelost kan worden. Er zijn niet altijd pasklare oplossingen, zeker niet bij emotionele eenzaamheid (bijvoorbeeld bij verlies van de partner). Sociale eenzaamheid kan vaak beter doorbroken worden. Verbeteren van contacten en mensen laten zien dat ze in staat zijn, ook op hogere leeftijd, een prima rol in de maatschappij te vervullen.

Langer thuis. Zorgen dat mensen met goede zorg en ondersteuning langer thuis kunnen wonen: dit deel van het Pact richt zich vooral op de grote en groeiende groep ouderen die zelfstandig thuis woont. Uitgangspunt is om zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig te kunnen blijven wonen. Met ondersteuning en (mantel)zorg en in een woning die aansluit bij de persoonlijke behoefte. Een hele opgave!

Verpleeghuiszorg. De kwaliteit van de verpleeghuiszorg verbeteren: ervoor zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en zorg is voor alle bewoners. De wensen van de verpleeghuisbewoner staan daarbij centraal. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is hierbij de richtsnoer voor iedereen die bij de verpleeghuiszorg is betrokken.


De aanpak van de overheid

De rijksoverheid stimuleert, ook financieel, en voert de eindregie. Het echte werk wordt zoveel mogelijk regionaal en lokaal gedaan. Per programmaonderdeel worden met en door de partners afspraken gemaakt. De uitdaging daarbij is dat plannen ook met elkaar worden gedeeld. Wat in Groningen ontwikkeld en succesvol is, kan ook in bijvoorbeeld Maastricht worden toegepast.

Ouderen moeten een belangrijke stem in het geheel hebben. Zij weten vaak het beste welke verbeteringen waardevol zijn. De bedoeling is dat er een Nationale Ouderenraad komt die een aantal malen per jaar bij elkaar komt en de activiteiten toetst. De ouderen die in de Raad zitting hebben moeten natuurlijk gevoed worden vanuit de regio’s. Een plan hiervoor wordt ontwikkeld. De ouderenorganisaties waaronder NVOG, zijn hier nauw bij betrokken.

Wat betekent het Pact voor de VO-ING- en VO-NN-leden?

Hier een paar citaten uit het pact en wat er gedaan moet worden. De exacte invulling zal de komende jaren in de praktijk moeten plaatsvinden.


Bij wonen:

• We ontwikkelen en bouwen nieuwe woon- en woonzorgvormen die passen bij de persoonlijke behoeften van ouderen, tussen thuis en een instelling.

• We maken de leefomgeving toegankelijk(er) voor ouderen.

• We investeren in technologische innovaties zoals domotica.


Bij mantelzorg:

We helpen iedere mantelzorger met ondersteuning op maat.

• We verbeteren bestaande, en ontwikkelen nieuwe vormen van respijtzorg (inclusief dagopvang).

• We betrekken mantelzorgers bij het vroegtijdig signaleren van de toename in kwetsbaarheid van de oudere.


Bij zorg en ondersteuning thuis:

• We stimuleren goede netwerkzorg waarin de belangen en behoeften van cliënt en mantelzorger centraal staan. Tijdige signalering van de zorgbehoefte en inzet van lichtere vormen van zorg kunnen onnodige escalatie van zorg voorkomen.

• We zorgen samen voor een goede afstemming tussen hulpverleners – thuis, van huis naar eerste en tweede lijn en terug.

• We stimuleren dat professionals als een team rond de oudere gaan staan. Schotten in wet- en regelgeving of overgang van de zorg en ondersteuning voor ouderen van het een naar het andere stelsel, zoals de zorgval, mogen geen belemmering zijn voor het regelen van goede zorg en ondersteuning.


Meer informatie. De ruimte in ons magazine is te beperkt om gedetailleerd de programmaonderdelen toe te lichten.

Lees hier de tekst van het hele pact.

Jan Pouw, Commissie Sociaal Economische Belangen

PENSIOENCOMMISSIE

Op weg naar een nieuw pensioenstelsel!?

Na de economische crisis van 2008 zijn er de nodige zorgen geweest over: hoe nu verder met ons pensioenstelsel?

Mede door de lage rente en de toenemende levensverwachting werden de verplichtingen van veel (grote) pensioenfondsen zo hoog dat de dekkingsgraad in de wettelijke gevarenzone kwam, met als gevolg herstelplannen en achterwege blijven van de indexaties

Bovendien is de arbeidsmarkt steeds meer aan het veranderen: er zijn meer flexwerkers, en (vaste) medewerkers switchen vaker van werkgever. Inmiddels zijn er meer dan 1 miljoen zzp´ers.

Zzp‘ers zijn niet in loondienst en vallen dus niet onder de verplichte pensioenregelingen. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun pensioenopbouw en voor velen is dat financieel onhaalbaar.


Aanpak

Deze zorgelijke ontwikkelingen deden de regering besluiten om te streven naar een nieuw toekomstvast pensioenstelsel.

In de Sociaal Economische Raad (SER) praten vakbonden, werkgevers en pensioenbestuurders inmiddels al meer dan vijf jaar over een nieuw pensioenstelstel en zzp-pensioen. Na veel discussie, ligt daar nu nog één variant op tafel, die van individuele potjes met een collectieve risicobuffer.

Er is nog geen gedetailleerde uitwerking van deze variant, maar de contouren lijken als volgt :

werkgever en werknemer betalen beide een deel van de pensioenpremie. De pensioengelden blijven beheerd worden door de pensioenfondsen.

Iedere deelnemer krijgt inzicht in zijn of haar eigen pensioenpot en de ontwikkeling daarvan. In sommige versies is ook sprake van zeggenschap van de deelnemer in de beleggingen en de mate van risico. Door het pensioen individueler te maken, sparen werknemers in hun beleving voor zichzelf en niet meer voor een hele groep jongere of oudere werknemers. In dat (huidige) systeem worden risico’s wel collectief gedeeld.

Door iedere werknemer straks een eigen pensioenpotje te geven moet het vertrouwen in het pensioenstelsel terugkomen. Ook moet het makkelijker worden om je 'eigen potje' mee te nemen als je van baan wisselt. Het is overigens maar zeer de vraag of de vertrouwensproblemen van het huidige systeem daarmee opgelost zijn. De deelnemer ziet bijvoorbeeld de waarde van zijn pot toenemen door premiebetaling en beleggingsopbrengst, maar door de toenemende levensverwachting en de lage/dalende rente kan de prijs van het straks “in te kopen pensioen” en daarmee dus het uiteindelijk te bereiken pensioen, tegenvallen.

Vakbonden zijn bang dat het nieuwe stelsel niet solidair genoeg is waardoor er "pech- en gelukgeneraties" ontstaan.

Er is nog volop discussie over wie de zgn. transitiekosten van oud naar nieuw moet gaan betalen

(loslaten van het doorsneepremiesysteem). .


Stand van zaken

Zoals blijkt uit onderstaande recente perspublicaties van april en mei van dit jaar is er nog lang geen zicht op een akkoord.


Begin april van dit jaar wordt het volgende in de pers gemeld:

“Het is werkgevers en werknemers nog niet gelukt om (voor 1 april 2018) met een nieuw pensioencontract te komen. Ze krijgen daarom meer tijd van minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Koolmees.”


Eind mei van dit jaar kwam het volgende bericht in de pers:

Er zou sprake zijn van een conceptakkoord tussen sociale partners. De wettelijke stijging van de AOW-leeftijd moet worden afgeremd. De AOW-leeftijd gaat pas in 2025 naar 67 jaar, vier jaar later dan eerder is afgesproken.

Verder zouden de sociale partners afwillen van een gegarandeerd pensioen. De pensioenuitkeringen moeten gaan afhangen van het beleggingsresultaat, blijkt woensdag uit het conceptakkoord dat in handen is van “De Telegraaf”.

Ook staat in de plannen dat er meer vroegpensioenregelingen moeten komen en dat er geen persoonlijke pensioenpotjes moeten worden geïntroduceerd. Eerder leken persoonlijke pensioenen juist inzet te worden van nieuwe afspraken.

In het concept hebben de partijen ook afgesproken de doorsneepremie alleen onder strenge voorwaarden af te schaffen. Bij de doorsneesystematiek bij bedrijfstakpensioenfondsen betalen ouderen en jongeren dezelfde pensioenpremie. In de praktijk komt dit neer op vermogensherverdeling van jongeren naar ouderen. Verder moeten zzp'ers volgens deze plannen verplicht een pensioen opbouwen.


Geen akkoord

De betrokken partijen zelf benadrukken dat er nog geen pensioenakkoord is. Vakbond FNV verklaart dat er wel stukken en concepten circuleren, maar dat nog nergens een handtekening onder is gezet.

"Een mogelijk pensioenakkoord is er pas als het ledenparlement van de FNV na raadpleging van de leden ergens 'ja' tegen zegt. En daar zijn we nu absoluut nog niet", aldus FNV.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW verklaarde eerder dat het proces nog niet was afgerond en dat de belangenclub daar ook niet op wil vooruitlopen.”

De minister van Sociale Zaken heeft in de pers en voor TV behoorlijk terughoudend gereageerd op dit naar nu blijkt uitgelekte, maar nog niet definitieve concept voor een nieuw pensioenstelsel! Bovendien verwacht hij een advies van de SER en daarin zitten naast vertegenwoordigers namens de werkgevers en werknemers ook de zgn. onafhankelijke kroonleden.

Hieruit blijkt dat er nog lang geen zicht is op een akkoord, want de kosten voor het opschuiven van de AOW-leeftijd etc. zouden in dit uitgelekte akkoord voor rekening van de overheid en dus van de belastingbetaler komen.

Maar mocht er in de loop van dit of het volgende jaar toch een akkoord komen dan moet het volgende nog gebeuren:

Wetgever: Er moet e.e.a. in wetgeving worden gegoten en dat zal naar verwachting niet eerder zijn dan in 2021.

Pensioenfondsen: Zij moeten een nieuw contract namelijk zelf uitvoeren, en in veel pensioenbesturen zitten vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers. Uiteindelijk hakken zij de knoop door.

Wij gaan er als pensioencommissie voorlopig vanuit dat dit mogelijke nieuwe stelsel geen invloed zal hebben op de aanspraken van gepensioneerden in het Pensioenfonds ING (PFI) en voor de zgn. gewezen deelnemers.


Onze aanpak

Als je het bovenstaande op je in laat werken, dan is er nog veel onzekerheid in de discussie. Zowel de overheid, de werkgevers als de vakbonden die namens de werknemers betrokken zijn, hebben hun eigen eisen/wensen en agenda.

Als pensioencommissie die de belangen van onze verenigingen behartigt, volgen we zelfstandig en ook via de gezamenlijke koepels van oud-medewerkersverenigingen de ontwikkelingen. We hebben daarvoor zelfs een heuse werkgroep in het leven geroepen.

Deze werkgroep zal periodiek in de beide bladen van zich laten horen, en als het nodig is via elektronische nieuwsbrieven.

Namens de pensioencommissie,

Wim Evers, voorzitter

OPROEP

Enthousiaste commissieleden SEB gezocht

Wil je in een klein en gezellig team (pro)actief werken aan de belangenbehartiging van onze leden op sociaal en economisch gebied? Onze commissie Sociaal Economische Belangen (SEB) heeft twee vacatures. Wij komen graag met je in contact.

Onze – en wellicht straks jouw – aandachtsgebieden zijn: Personeelscondities, Collectieve Verzekeringen, Zorg/Welzijn en Wonen, Sociale en Fiscale wetgeving, het beantwoorden van vragen etc.


Voor de volledige profielschets klik je hier.

Interesse? Voor meer informatie kan je een mail sturen naar Frans de Jager, voorzitter van de commissie: fdejager@ziggo.nl.

Aanmelden? Mail dan naar Age Knossen, voorzitter van VO-ING: aknossen12@gmail.com.