• Commissie Pensioenen:

Principeakkoord pensioenhervormingen:

wat betekent dit?


Commissie SEB:

Samen beslissen bij gezondheidsproblemen


Profiel:

Enthousiaste leden gezocht voor de commissie Sociaal Economische Belangen (SEB)

COMMISSIE PENSIOENEN

Principeakkoord pensioen hervormingen:
wat betekent dit?

Er is een principeakkoord over de pensioenen in ons land en wat betekent dit voor de pensioenen van onze leden? De commissie Pensioenen geeft een tussenstand en houdt de vinger aan de pols van de belangenbehartiging.

Op 5 juni 2019 is na een jarenlange discussie er toch een principeakkoord pensioenhervormingen gesloten tussen de regering en de werkgevers- en werknemersorganisaties. Wel moesten de leden van de werknemersorganisaties zich nog positief uitspreken over het resultaat, en dat is er in de loop van juni 2019 gekomen. Inmiddels heeft de regering het voorstel om de geplande verhoging van de AOW-leeftijd te vertragen door de 1e en 2e Kamer geloodst.

De commissie Pensioenen wil graag in dit artikel nader ingaan op dit akkoord en laten zien dat de pensioencommissie voor de beide verenigingen de vinger aan de pols houdt, omdat het gaat om het belangrijkste onderdeel van onze belangenbehartiging voor het (toekomstig) pensioen van onze leden.

In het kader sommen we de belangrijkste onderdelen van het principeakkoord op, en daarna willen we op een aantal van die onderdelen wat dieper ingaan, en ten slotte willen we actuele ontwikkelingen die invloed hebben op dit principeakkoord laten zien.


In het kort de hoofdpunten uit het principeakkoord:


1. De AOW-leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren en stijgt daarna minder snel.

De AOW-leeftijd is in het akkoord voor de komende twee jaar vastgezet op 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar in 2024. Vanaf dan gaat met elk jaar stijging van de levensverwachting de AOW-leeftijd met 8 maanden omhoog.


2. Onderzoek naar AOW na 45 dienstjaren.

Sociale partners en het kabinet gaan onderzoeken of het mogelijk is om het moment van uittreden onder voorwaarden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45.


3. Mensen met zwaar werk kunnen eerder stoppen.

Ook is er in het akkoord afgesproken dat het voor de laagst betaalde beroepen (vaak zijn dit de zware beroepen), aantrekkelijker wordt gemaakt om drie jaar eerder met pensioen te gaan.


De onderdelen 1, 2 en 3 raken niet direct het pensioenstelsel, maar zijn er voornamelijk door de vakbonden bij betrokken, omdat voor veel werknemers het uiteindelijke pensioen per jaar lager is dan de AOW-uitkering en vanwege het gegeven dat het in veel beroepen lastiger wordt om de stijgende AOW-leeftijd nog in ‘actieve staat’ te bereiken.


4. De doorsneepremie-systematiek wordt afgeschaft.

De doorsneesystematiek die pensioen­fondsen hanteren (gelijke premiepercentageopbouw ongeacht de leeftijd) wordt afgeschaft. De pensioenopbouw moet voortaan passen bij de ingelegde premie: een euro inleg aan het begin van de loopbaan kan langer renderen dan een euro inleg vlak voor de pensioendatum.

De omvang van deze “compensatie-operatie” wordt geschat op minimaal 60 miljard. Afgesproken is dat door deze aanpassing niemand erop achteruit mag gaan.


5. Pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven de 100 procent hoeven niet te korten.

Voor volgend jaar dreigden kortingen op pensioenuitkeringen en pensioenopbouw van miljoenen gepensioneerden en werkenden. Afgesproken is dat deze korting niet meer nodig is als het pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van 100 of meer. Dit geldt momenteel voor de overgrote meerderheid van de fondsen. Hiermee wordt de kans op korten veel kleiner en zullen de kortingen beperkter zijn.


6. Er komt geen pensioenplicht voor zzp’ers, wel een verplichte Arbeidsongeschiktheids-Verzekering.

Er komt geen verplicht pensioen voor zzp’ers. Wel kunnen ze makkelijker deelnemen aan een pensioenregeling. Zzp’ers krijgen wel te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Alleen als ze zelf voldoende middelen hebben voor een inkomen bij ziekte, geldt de verplichting niet.


Hoe gaat het vervolg, aanpak en het tijdspad?


1. Er wordt een stuurgroep ingesteld

De betrokken partijen verbinden zich aan de afspraken in dit principeakkoord. Dit is een gezamenlijk belang. Het kabinet zal de komende maanden een nadere uitwerking geven aan de met de sociale partners overeengekomen oplossingsrichtingen voor het pensioenstelsel. De stuurgroep zal bestaan uit vertegenwoordigers van sociale partners en het kabinet. Pensioenuitvoerders, toezichthouders en onafhankelijke externe deskundigen worden bij deze uitwerking betrokken.


2. Het tijdspad

Het kabinet heeft de ambitie om met ingang van 2022 een wettelijk kader gereed te hebben waarmee sociale partners het arbeidsvoorwaardelijk pensioen gereed kunnen maken voor de eisen van de 21e eeuw. Dat betekent dus ook dat er pas na 1 januari 2022 vertaling plaats kan vinden naar de nieuwe pensioencontracten.


Wie zelf zich specifieker in dit onderwerp wil verdiepen kan op de websites van de onderhandelingspartners en andere organisaties voldoende informatie te vinden.

We denken daarbij zonder volledig te zijn aan: ANBO, VNO NCW en FNV. Verder is informatie te vinden op Wijzer in geldzaken en op de site van het Ministerie van Sociale Zaken.


Wat is er inmiddels ook gebeurd?

1. De Commissie Parameters heeft haar rapport opgeleverd en de regering is met de conclusies akkoord gegaan. Dat betekent o.a. een (nog) lagere rekenrente per 1.1. 2021 dan die er nu is.

2. De rente is door ECB en FED verlaagd met de kans op nog meer verlagingen in de toekomst.

3. De beurskoersen zijn de afgelopen periode flink gedaald onder andere door de voortdurende onzekerheid rond de handelsoorlog VS/China en de Brexit. Hoewel de beurskoersen altijd fluctueren, verlaagt dit de rendementen van de pensioenfondsen.

4. Inmiddels hebben veel van de grote pensioenfondsen o.a. door de hiervoor genoemde zaken een dekkingsgraad beneden de 100% en dus biedt de afgesproken maatregel van onderdeel 5 geen soelaas: men hoopte dat met deze maatregel kortingen uit zouden blijven, maar 3 maanden na het akkoord is die hoop al vervlogen.


Conclusies

De resultaten van dit langdurige proces zijn nog niet aan het papier toevertrouwd of de eerste tegenvallers dienen zich al aan. Daarnaast is de uitwerking van dit proces niet alleen in wetgevende maar ook praktische zin nog een gigantische opgave, waarbij alle betrokken partijen ervoor zullen waken dat er bij die uitwerking geen “water in de wijn” bij de voor hen belangrijke zaken zal worden gedaan.


Wanneer duidelijker wordt wat het pensioenakkoord betekent voor het pensioen bij PFI, zal PFI hierover op zijn website meer informatie publiceren. Omdat PFI een gesloten fonds is, zullen niet alle aanpassingen van toepassing zijn. Bovendien zijn veel zaken nog onvoldoende uitgewerkt om de impact te kunnen inschatten.

De Pensioencommissie zal in haar overleg met de pensioenfondsen (PFI en de CDC fondsen) dit onderwerp standaard op de agenda willen zien, en zich blijven inzetten voor het behoud van koopkracht en de opbouw van een goed pensioen.

(Wim Evers, voorzitter Pensioencommissie)

COMMISSIE SOCIAAL ECONOMISCHE BELANGEN

Samen beslissen bij gezondheids-problemen

De Juiste Zorg op de Juiste Plek, dat is op dit moment de leidraad voor het uitwerken van plannen binnen de medische zorg en het zogenoemde sociale domein. Het functioneren van mensen staat daarbij voorop. Belangrijk daarbij is dat er niet over mensen wordt beslist, maar dat er samen met mensen wordt beslist over hun gezondheidsproblemen.

Samen beslissen moet de norm de zijn. De zorgverlener (huisarts, specialist maar ook fysiotherapeut) overlegt met je op welke manier je gezondheidsprobleem wordt aangepakt. Dat lijkt logisch, maar het is ondanks dat er al jaren over wordt gesproken, nog geen dagelijkse praktijk.

Om een goede invulling te kunnen geven aan Samen beslissen hebben zorgverleners betere vaardigheden nodig. Zij moeten ons op een begrijpelijke manier informeren over de aandoening en met ons bespreken welke mogelijkheden er zijn om die aandoening te behandelen. Of om een behandeling achterwege te laten.

Voor ons als patiënt geldt dat wij ons goed moeten kunnen voorbereiden op het gesprek met de zorgverlener. Wij moeten werken aan onze gezondheidsvaardigheden. Dat moeten wij leren en daar hebben wij hulp bij nodig.


Samen beslissen begint met 3 goede vragen

Opereren of accepteren dat je minder goed kunt lopen? Doorbehandelen of stoppen? Ga je naar de zorgverlener voor onderzoek of behandeling dan zijn er altijd meerdere mogelijkheden waar je uit kunt kiezen. Wat het beste bij je past, is vooral afhankelijk van de medische mogelijkheden. Maar ook van bijvoorbeeld je leeftijd, je persoonlijke omstandigheden en de risico’s die een eventuele behandeling met zich meebrengt.

Samen met de zorgverlener zet je alles op een rijtje. Dat kan je doen door 3 goede vragen te stellen:

1. Wat zijn mijn mogelijkheden?

2. Wat zijn de voordelen en de nadelen van die mogelijkheden?

3. Wat betekent dat in mijn situatie?

Deze vragen vormen de basis voor je zorgverlener om goede informatie te geven en op de juiste manier het gesprek te voeren.


Meer over de 3 goede vragen, lees je hier.


Betere zorg begint met een goed gesprek

Het zou mooi zijn als je zorgverlener zoveel tijd voor je heeft dat je tijdens het gesprek alles wat je te binnenschiet uitvoerig kunt bespreken. Helaas, dat is niet de praktijk. Een goede voorbereiding zorgt ervoor dat veel binnen de tijd (veelal 10 minuten) die voor een consult staat aan de orde komt. Verwacht je meer tijd nodig te hebben, geef dat bij het maken van de afspraak aan. Vaak kan dan een dubbel consult worden ingepland. Je kunt door je goed voor te bereiden ervoor zorgen dat je zorgverlener jou nog beter kan helpen. Bedenk voor het gesprek wat je allemaal wilt vertellen en welke vragen je aan de dokter wilt stellen. Dat is soms best wel lastig.

Op de site www.begineengoedgesprek.nl kan je veel informatie en tips vinden om je goed voor te bereiden.


Keuzehulpen

Ziekenhuizen maken steeds meer gebruik van keuzehulpen. De keuzehulp laat de patiënt en de arts de voor- en nadelen zien van zowel opereren als afwachten. Dit wordt uitvoerig toegelicht door de arts. In het eerste gesprek wordt geen beslissing genomen. De patiënt krijgt de keuzehulp mee naar huis. Bij het tweede bezoek wordt de informatie herhaald en beantwoordt de patiënt een aantal vragen. De uitkomst daarvan wordt, als één van de beslisfactoren, gebruikt om te bepalen welke optie wordt gebruikt. Een goed voorbereid gesprek, gevolgd door een goede informatieverstrekking door de zorgverlener kan leiden tot een meer afgewogen beslissing die je natuurlijk uiteindelijk zelf moet nemen.

(Jan Pouw)

PROFIEL

Enthousiaste leden gezocht voor de commissie Sociaal Economische Belangen (SEB)

Wil je in een klein en gezellig team (pro)actief werken aan de belangenbehartiging van onze leden op sociaal en economisch gebied? Onze commissie SEB heeft twee vacatures. Wij komen graag met je in contact.Onze, wellicht jouw, aandachtsgebieden: Personeelscondities, Collectieve Verzekeringen, Zorg/Welzijn en Wonen, Sociale en Fiscale wetgeving en het beantwoorden van vragen daarover. Hier het profiel van de nieuwe leden die we zoeken.

De commissie SEB behartigt de belangen van de leden van VO-ING en VO-NN op sociaal en economisch gebied. De commissie rapporteert aan de besturen van de verenigingen VO-ING en VO-NN. De aandachtsgebieden van de commissie zijn: personeelscondities, collectieve verzekeringen, zorg, welzijn en wonen, koepelorganisaties en samenwerkingsverbanden, sociale en fiscale wetgeving, vragen en klachtenbehandeling en (ondersteuning bij) ledenwerving/ledenbinding. De focus van de commissie is voornamelijk gericht op het realiseren van concrete doelstellingen en activiteiten ten behoeve van de leden. De commissie bestaat uit 4 à 6 leden inclusief de voorzitter.


Profiel

Signaleert ontwikkelingen op sociaal en economisch gebied die relevant kunnen zijn voor de leden en vertaalt dit naar concrete acties;

Levert een bijdrage aan het opstellen van de Jaarplannen van beide Verenigingen en realiseert de activiteiten die in de definitieve Jaarplannen zijn opgenomen;

Levert een bijdrage aan de communicatie-uitingen van de Verenigingen (websites, wegwijzers, nieuwsbrieven, magazines, specials o.a.);

Vertegenwoordigt de commissie naar onze partners (RISK Direct, ONVZ, Zilveren Kruis), besturen, ledenraden, HR-aanspreekpunten van ING Bank en NN Group;

Vertegenwoordigt en heeft zitting in de belangenorganisaties NVOG/KNVG;

Verzorgt presentaties voor de besturen, ledenraden e.a.;

Handelt vragen/klachten af van leden;

Heeft (bij voorkeur) kennis van en ervaring met sociaal/fiscaal en economische regelingen/wetgeving, regelingen/faciliteiten van ING Bank en NN Group etc.


Verder:

Competenties: betrokken, teamspeler, doener (hands-on), flexibel, betrouwbaar.

Praktische vaardigheden: goede mondelinge en schriftelijke vaardigheden, plannen en organiseren, beheersing (basis) van diverse programma’s zoals Word, Powerpoint en Excel.


Tijdsinvestering

De commissie SEB vergadert om de zes weken. (+/- 4 uur per vergadering exclusief voorbereidings- en reistijd). Er vindt regelmatig overleg plaats op diverse locaties in Nederland met onze partners, deelname aan bestuurs- en ledenraadvergaderingen, overleg met de HR-aanspreekpunten van ING Bank en NN Group etc. De gemiddelde tijdsinvestering is +/- 6 tot 8 uur per week.

(Frans De Jager)


Zie ook het interview elders in deze editie met commissievoorzitter Frans De Jager en commissielid Frans Crul.

Interesse? Voor meer informatie kan je een mail sturen naar Frans De Jager, voorzitter van de commissie: fdejager@ziggo.nl

Aanmelden? Mail dan naar Age Knossen, voorzitter van VO-ING: aknossen12@gmail.com